nl fr en

Vluchtelingen vroeger en nu

Op vraag van Toneelhuis kropen vijf opiniemakers in hun pen over de nieuwe voorstelling Grensgeval van Guy Cassiers. We bundelden de columns van Herman Van Goethem (Rector Universiteit Antwerpen), Fikry El Azzouzi (auteur), Christophe Busch (directeur Kazerne Dossin), Judith Vanistendael (stripauteur), Bleri Lleshi (auteur, filosoof, activist, documentairemaker).

Lees hier de column van Herman Van Goethem.

De wereld is een web van verhalen en visioenen over haat en liefde, over oorlog en vrede.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ving Zwitserland met mondjesmaat Joodse vluchtelingen op, en dat terwijl zeker vanaf 1943 de regering er sterke aanwijzingen had dat in Polen Joden op grote schaal werden vermoord. Met mondjesmaat welkom. Gezinnen die de zwaarbewaakte grens met succes clandestien overstaken werden niet altijd teruggestuurd maar wel gescheiden. De ouders in kampen, de kinderen elders.

De kleine Esther Löwenwirth, Joods meisje van elf, vlucht in oktober 1942 samen met haar moeder Cécile weg uit Antwerpen, naar Zwitserland, nadat twee zusjes en een broer plus de vader door de Duitsers zijn opgepakt en weggevoerd met onbekende bestemming. Esther belandt in een pleeggezin, waar ze substituut mag spelen voor een overleden kind. Dat lukt niet bepaald, ze leidt er een hard en harteloos bestaan.

Charles Dickens achterna? In de oorlog is realiteit sterker dan fictie. Vanaf 1945 glijdt moeder Cécile onderuit. Haar man komt niet meer terug en is dood, drie van de vijf kinderen zijn dood. Esther blijft over, samen met een oudere zus Malvine. Esther en Malvine mogen hun moeder niet meer maman noemen maar moeten ze met de voornaam aanspreken – Cécile, tout va bien? Trauma. Stoppen die doorslaan. De kat die haar nest verstoot.

Esther zal gaan inwonen bij haar zus Malvine, die haar met veel liefde zal begeleiden. Met de mama zou het nooit meer goedkomen, maar Esther en Malvine krabbelden recht. Soms is liefde sterker dan de dood.

Verhalen en visioenen. Ons gezin begeleidt Ahmed, Afghaanse vluchteling van achttien. Dat is niet makkelijk. Twee jaar geleden belandde hij in België, eerst een jaar in Wallonië, nu in Vlaanderen. Zijn Nederlands is nog lastig en het is dus moeilijk praten over wat hem bezighoudt.

Ahmed komt uit een sjiitische etnische minderheid in Afghanistan. Zijn vader was de onderhoudsman van de – als ik het goed begrijp – soennitische moskee in het dorp. Bij een poetsbeurt vroeg zijn vader hem de petroleumlamp bij te vullen, maar Ahmed is erg bijziende. Hij morste petroleum, dat ontvlamde en de hele moskee brandde af. Daarop verjoeg het dorp dit sjiitische gezin, maar erger nog, de vader verweet de zoon ook wat gebeurd was. Ahmed werd dus ook uit het eigen gezin verjaagd.

Hector Malot achterna? In de oorlog is realiteit sterker dan fictie. Door iedereen uitgespuwd, alleen op de wereld, wist Ahmed niet waarheen. Hij trok naar Iran maar dreef als wrakhout verder en belandde in België. Eerst in Wallonië, en dan in Vlaanderen – alles om een echte Belg te worden, zo lijkt me.

Antwerpen, mijn stad, heeft Ahmed tot zijn achttiende goed opgevangen en begeleid. Maar dan moet je op eigen benen staan. De eenzaamheid van Ahmed lijkt ons beangstigend maar wij zijn er wel om hem vanop afstand te coachen, aan te moedigen om Nederlands te leren, aan te sporen om het werk dat hij nu gevonden heeft als gouden kans aan te grijpen. Appels vallen zelden ver van de boom. Zoals zijn vaders is Ahmed nu poetshulp, niet in een moskee in Afghanistan maar in een bedrijf in Vlaanderen. Ik hoop dat hij geluk vinden zal.

In de grote wereld van beleid maken ministers en regeringen keuzes. Ze stellen grenzen. Dit wel en dat niet. Tot hier en niet verder. Zo moet dat, helaas.

Minister of staatssecretaris bevoegd voor immigratie en vluchtelingen, het is geen topjob. Wakker zou ik liggen. Want recht en rechtvaardigheid zijn niet hetzelfde. Daarom moet het beleid ook continu worden getriggerd, bevraagd, in vraag gesteld. Op zoek naar meer rechtvaardigheid.

Bottom up werken lijkt me alvast veel makkelijker dan top down. Laten we niet veeleisend zijn. Stel dat alleen maar één op tweehonderdvijftig de coach of buddy zou zijn van een erkende vluchteling, dan nemen we in België niet enkel de hele vluchtelingenstroom op sleeptouw maar dan zijn er ook nog veel vrijwilligers in aanbieding. Is dat geen hoopvolle gedachte?

De wereld is een web van verhalen en visioenen.

 

Ook interessante producties:

Grensgeval Theater Archief

Grensgeval

Guy Cassiers / Toneelhuis / Maud Le Pladec / Bachelor dans Koninklijk Conservatorium Antwerpen AP Hogeschool / CNSMD Lyon