nl fr en

Queer Angels and fabulous creatures

Edith Cassiers over de toekomst van LGBTQI+ en Angels in America.

 

 

This disease will be the end of many of us, but not nearly all, and the dead will be commemorated and will struggle on with the living, and we are not going away. 
We won’t die secret deaths anymore. The world only spins forward. We will be citizens. 
The time has come. 
Bye now. 
You are fabulous creatures, each and every one. 
And I bless you: More Life. 
The Great Work Begins.

(Prior Walter, epiloog Perestroika, einde stuk)

Een Broadwayproducer vroeg Tony Kushner om de ondertitel van zijn stuk Angels in America te schrappen. Immers, A Gay Fantasia on National Themes kon potentieel publiek afschrikken. Waarom moeten die nationale thema’s vanuit een ‘gay’ perspectief worden bekeken? De producer vermoedde ongemakkelijkheid en blasfemie. De Joodse, homoseksuele Kushner weigerde – de titel moest de blik van de toeschouwer in een noodzakelijke richting sturen. 

Toen zijn engelen voor het eerst nederdaalden op Broadway in 1993, betekende dat een belangrijke breuk in de representatie van LGBTQI+-mensen. Het stuk bekritiseerde expliciet de marginalisering van homoseksuelen in de Verenigde Staten door de aidsepidemie aan te kaarten en diens slachtoffers een gezicht te geven. Kushners fantasmagorische epos zou de ravages van het verleden verbeelden, maar ook – bovenal – een ander toekomstbeeld tekenen. 

PAARSE GEVAAR

Het stuk speelt zich af in de Verenigde Staten van de jaren 1980. Voormalig acteur Ronald Reagan was president (1981-1989) en voerde een ultraconservatief beleid uit, zowel op economisch als op cultureel vlak. Met de opkomst van de New Right, was de tijd in verschillende opzichten een terugkeer naar de jaren 1950: beleidsmakers beklemtoonden nationalistische, religieuze en familiewaarden, terwijl ze de angst voor het rode en paarse gevaar (communisme en homoseksualiteit) duchtig aanwakkerden. 

Een gevolg was het verstrengen van gendernormen. Reagan had een veelal archaïsche visie op de rol van mannen en vrouwen: mannen moesten hun gezin ondersteunen, terwijl vrouwen thuisbleven om voor de kinderen te zorgen. Hij was een bekende tegenstander van abortusrechten en de ‘pretty aggressive gals’ van de feministische beweging. Hij belichaamde de ideale Amerikaanse man: een witte, sterke, viriele ‘self-made man’, die nooit emoties toont, en vrijheid, individualisme en militarisme hoog in het vaandel draagt. De mythische heroïek die deze Clint Eastwood-achtige figuur uitstraalde, zou de inspiratie vormen voor typische 1980s Hollywoodblockbusters als Rambo en Die Hard.

Die conservatieve gendercultuur zou sporen laten op de LGBTQI+-gemeenschap. Waar de jaren 1960 en 1970 door een grote(re) vrijheid werden gekenmerkt voor LGBTQI+-cultuur en de beleving van seksualiteit in het algemeen, zouden de jaren 1980 opnieuw voor terughoudendheid en zelfs isolatie zorgen. Vrouwen- en LGBTQI+-rechten werden teruggeschroefd. Reagan stelde tijdens zijn presidentiële campagne in 1980: "Mijn kritiek is dat de homobeweging niet alleen burgerrechten vraagt; ze vraagt om de erkenning en aanvaarding van een alternatieve levensstijl, waarvan ik meen dat de maatschappij die niet kan gedogen, en ik ook niet."

Die veranderde cultuur wordt het meest duidelijk in de reacties op de aidsepidemie. In 1981 werden de eerste homoseksuele mannen met aids gediagnosticeerd. De ziekte betekende het onafwendbare einde voor velen. Er was nog geen effectieve behandeling gekend, en mensen die gediagnosticeerd werden (als dat al gebeurde), stierven vaak slechts enkele maanden of weken later. De omgang met de ziekte was symptomatisch voor de socio-politieke positie van LGBTQI+-mensen in de toenmalige samenleving. De oorspronkelijke naam voor aids was GRID, of ‘Gay Related Immune Deficiency’, in sommige Amerikaanse ziekenhuizen sprak men ook over WOGS, of ‘Wrath of God Syndrome’, en, dichter bij huis, over 'homokanker' of ‘homopest’. De ziekte, die vooral jonge, homoseksuele mannen leek te treffen, werd als een goddelijke straf gezien, of een poging van de natuur om de (zogezegde) losbandige promiscuïteit van de opkomende LGBTQI+-gemeenschap te corrigeren. De ziekte ging bijgevolg ook gepaard met een grote vorm van stigmatisering: na diagnose werden aidspatiënten vaak verbannen uit families of vriendenkringen, en sommige ziekenhuizen of dokters weigerden patiënten te behandelen uit vrees voor besmetting. Protestmarsen en andere vormen van activisme werden genegeerd of beantwoord met politiegeweld. Reagan zou de ziekte voor het eerst aankaarten in 1987, toen meer dan 20.000 mensen al aan de ziekte waren overleden in de V.S. alleen. 

Het stuk Angels in America: A Gay Fantasia on National Themes neemt die aidsepidemie en het conservatieve klimaat onder Reagan als achtergrond. We volgen verschillende personages, waaronder Prior Walter die na zijn aidsdiagnose door zijn minnaar wordt achtergelaten. Meerdere personages worstelen met de verstikkende opgelegde gender- en relatiepatronen, zoals de mormoonse Harper Pitt die zich tevergeefs en met behulp van veel valium tracht te wringen in een huismoederrol. De personages die zich wel staande houden in Reagans visie, zoals communisten- en homojager Roy Cohn die stiekem met mannen slaapt, cultiveren een toxische en uiteindelijk tragische identiteit. 

HUIDIGE STIGMATA

Enkele jaren voordat Angels in America in première ging, werd de term ‘intersectionaliteit’ geïntroduceerd. Die stelt dat sociale identiteiten en gerelateerde systemen van discriminatie, onderdrukking of dominantie elkaar steeds kruisen of overlappen. Kortweg: iemand wordt niet alleen gediscrimineerd op vlak van seksuele oriëntatie, maar (tegelijkertijd) ook op vlak van ras, gender, sociale klasse, leeftijd, religie, abiliteit, etc. Dat wordt pijnlijk duidelijk in Kushners diverse homoseksuele gemeenschap. Priors ex-minnaar Louis Ironson worstelt met zijn joodse religie en homoseksualiteit, terwijl Harpers echtgenoot Joe zijn recent ontdekte geaardheid niet kan verzoenen met zijn mormoonse geloof. De twee fundamenteel verschillende religies zijn zelf vaak slachtoffer van discriminatie in de States, maar veroordelen beiden homoseksualiteit. 

Door religie zo prominent aanwezig te maken in een ‘gay fantasia’ onderhandelt de Joodse Kushner als het ware een plek voor LGBTQI+ in die religies. Meer nog, geloof kleurt ‘gay’. Een engel verschijnt aan Prior en roept hem als uitverkoren boodschapper op. De mensheid mag zich niet langer verder ontwikkelen, waarschuwt de engel, want dat veroorzaakt lijden en pijn – ergo de aidsepidemie. De bovenmenselijke hemelfiguur heeft, aldus Kushners regieaanwijzingen, geen duidelijke genderidentiteit: de engel is noch man, noch vrouw. Vandaag zouden we zo’n genderfluïde wezen ‘queer’ noemen, iemand die buiten de norm van seksuele of genderoriëntatie valt. Het is opvallend dat dit bovennatuurlijke wezen juist de zieke Prior als Messias aanduidt. Priors verworpen kapotte, homoseksuele lichaam wordt een kelk voor het heilige, zijn aids wordt een hedendaagse vorm van stigmata.    

De blinde vlek in het stuk, echter, ligt in de benadering van ras en homoseksualiteit. In een stuk dat de Amerikaanse homogemeenschap moest representeren, is er maar één zwarte acteur aanwezig die slechts twee kleine rollen speelt – en dat terwijl zwarte mannen de grootste slachtoffers zijn in het Amerikaanse aidsverhaal. Daarenboven zijn beide rollen een klassiek voorbeeld van de ‘Magical Negro’ troop: een traditie in (vooral) Amerikaanse films en literatuur waarin een zwart nevenpersonage onbaatzuchtig het witte hoofdpersonage helpt. Immer wijs of vaak voorzien van magische krachten, wordt hij omringd door een aura van mysterie (niet zelden omdat een achtergrondverhaal of karakterisering geheel ontbreekt). De zwarte verpleger en drag queen Belize is het minst uitgewerkt van alle personages – iets wat Kushner ook in latere interviews heeft toegegeven –, maar moet wel (letterlijk) de rommel van de overige witte personages opruimen en hun persoonlijke ontwikkeling ondersteunen. Hij lijkt enkel en alleen te bestaan in functie van witte personages als Prior, Louis en Roy. Op die manier wordt een verhaal over het belang van inclusie en acceptatie toch weer verrassend gesloten. 

KRAKENDE KASTEN

Wat is de betekenis van het stuk vandaag voor de LGBTQI+-gemeenschap? Hiv of aids hoeft niet langer een doodvonnis te zijn. Er zijn immers betere voorbehoedsmiddelen en medicatie beschikbaar. Meer en meer mensen zijn in staat om nog een lang leven te leiden met hiv. Toch betekent dat niet het einde van het probleem. Die middelen zijn namelijk niet voor iedereen beschikbaar – ook vandaag niet, ook niet in het Westen. Zo heeft de huidige Amerikaanse president de Affordable Care Act opgezegd, waardoor een schrikwekkend hoog aantal hiv-patiënten betaalbare toegang verliest tot medicatie. Naast de medische behandeling, wankelt ook de levenskwaliteit van hiv-patiënten. Sensoa rapporteerde in 2017 dat 65% van de Belgische hiv-patiënten discriminatie ondervindt. 1 op 3 hiv-patiënten ervaarde dat in de zorgsector, zoals in ziekenhuizen of bij de tandarts. Stigmatisering blijft nog steeds een van de grootste problemen in de strijd tegen aids, waardoor 1 op 7 van de Belgische hiv-patiënten niemand vertelt over zijn of haar aandoening. Tot slot is de discriminatie die aan de basis lag van de aidsepidemie nog steeds de wereld niet uit. LGBTQI+-tolerantie is in veel landen toegenomen, met meer rechten als gevolg. Een van de rechtstreekse gevolgen van het bejubelde Angels in America is dat LGBTQI+ steeds meer gerepresenteerd worden: op het podium, op de bladzijde, op het witte doek. Zichtbaarheid is een eerste stap richting gelijkheid. Tegelijkertijd is er ook een donkerroze kant. De LGBTQI+-afzetmarkt wordt meer en meer geviseerd door bedrijven. Celebreren van LGBTQI+-cultuur wordt een excuus voor kapitaliseren. Queers worden vermarkt en verworden tot motors van een kapitalistisch systeem dat mee aan de basis ligt van hun ongelijkheid. LGBTQI+-foob geweld blijft bovendien oprukken. Haatmisdrijven omwille van seksuele oriëntatie, genderidentiteit of –expressie stijgen opvallend met de opkomst van bewegingen als alt-right en nieuw-conservatisme – in de Verenigde Staten, maar ook in Europa en België. 

Angels in America toont niet alleen de worsteling van homoseksuelen in een heteronormatieve wereld, het nodigt de toeschouwer ook uit om die wereld te herdenken vanuit een Ander, ‘gay’ of ‘queer’ perspectief. Waar die laatste term oorspronkelijk stond voor ‘vreemd’, ‘raar’ of ‘zonderling’ en veelal als scheldwoord werd gebruikt, is het vandaag een geuzenterm geworden voor de LGBTQI+-gemeenschap. ‘Queer’ werd een politieke krachtterm die, zonder zich per se aan een specifieke ideologie of politiek te verbinden, bovenal pleit voor inclusie en het herdenken van (vastgeroeste vormen van) identiteit. Er schuilt veel macht in het appropriëren van een scheldwoord en jezelf zo benoemen. In een interview uit 1998 beschrijft Kushner het als volgt: "Jezelf een paria noemen, de Ander, als dat is wat we zijn, is een belangrijke politieke daad. We ontnemen de onderdrukker het recht en privilege om ons te definiëren, we eigenen ons het recht toe om onszelf een naam te geven. Dat is een les die elke homoman en lesbienne leert: de kast beschermt ons niet, ze maakt ons alleen maar beschaamd en zwak. Onze kracht zit in het openlijk naar buiten komen." Daarbij sluit hij aan bij de leuze ‘the personal is political’, een belangrijke slogan onder feministen in de jaren 1960 en ’70. Persoonlijke ervaringen zijn steeds geworteld in politieke systemen en daarbij horende ongelijkheden. Door je persoonlijke identiteit of ervaring te benoemen als ‘Anders’ van diegene voor wie de politieke status quo werd opgesteld, maak je duidelijk dat je andere noden, wensen en eisen hebt. De tendens van (jezelf) benoemen en uitspreken maakt vandaag dankbaar gebruik van de opkomst van sociale media, waar burgerjournalistiek en hashtagactivisme als #MeToo, #BlackLivesMatter en #transrightsarehumanrights van getuigen.

 Een (persoonlijke en nationale) identiteit vinden vormt een belangrijke queeste in Angels in America. Op het einde van het stuk zijn de toeschouwers aan de beurt. Prior doorbreekt de vierde wand en spreekt het publiek aan. Als hij zegt ‘You are fabulous creatures, each and every one,’ maakt hij van ons allen één queer gemeenschap, bestaande uit meerdere etniciteiten en genderidentiteiten. Het woord ‘fabulous’, dat eerder in het stuk smalend door Roy in de mond wordt genomen, is in dat opzicht niet toevallig gekozen. In het boek Fabulous: The Rise of the Beautiful Eccentric (2018) beschrijft cultuurcriticus en dj madison moore hoe ‘fabulousness’ als levensstijl een politiek gebaar wordt. Door een hypercreatieve kledingsstijl en flamboyant gedrag eisen gemarginaliseerde outsiders als queers en mensen van kleur zichtbaarheid. Door van zichzelf een spektakel te maken, confronteren fabelachtige figuren als Belize hun toeschouwers met de status quo. Ze eisen een plaats op in een wereld waarin zij niet welkom zijn. 

Wanneer Prior ons op die manier aanspreekt, gaan wij behoren tot de groep van ‘fabulous creatures’ die de scène siert, bestaande uit een zwarte man, een witte man met aids, een joodse man en een mormoonse moeder. Wij zijn allen ‘anders’, lijken ze te stellen, gevormd in verschillen, maar net daarom één gemeenschap. Het leidt tot een symbolisch eindbeeld: zij die moesten zwijgen en in een hoekje een stille dood sterven, betreden het podium, gaan in het licht staan en nemen het woord. Ze maken van zichzelf een spektakel. Ze weigeren onzichtbaar te zijn. 

Toen het stuk in première ging, had Bill Clinton net de conservatieve George Bush verslagen. Clinton was de eerste presidentskandidaat die zich expliciet tot de LGBTQI+-gemeenschap richtte. Het stuk werd onthaald in een gloed van politiek optimisme en hoop in de toekomst. Tegen een achtergrond van klimaatverandering en een hertekend (inter)nationaal politiek landschap, is dat vertrouwen in vooruitgang veelal verdwenen. Het doel is niet langer deel uitmaken van de bestaande wereld – het failliet van een heteronormatieve samenleving is gebleken. In plaats van zich te conformeren, verbeelden veel queers nieuwe structuren. Maar nog steeds, meer dan ooit, vanuit een radicaal inclusie-idee, vanuit een machtig mededogen. Als Prior onze blik in de donkere theaterzaal zoekt, zullen wij dan terugkijken? En zal het bij kijken blijven?

Ook interessante producties: