nl fr en

Interview met Katelijne Damen en Guy Cassiers over Orlando

Orlando (1929) is een ode aan de verbeelding. Aan de taal. Aan de schoonheid. Aan de zintuigen. Aan het leven. Dat vinden regisseur Guy Cassiers en actrice Katelijne Damen, die samen de bewerking maakten.

De roman vertelt het verhaal van Orlando, een jonge man die in Engeland geboren wordt tijdens de heerschappij van Queen Elisabeth, met wie hij een korte affaire heeft. Na haar dood wordt Orlando de minnaar van de mooie Sasja, een Russische prinses. De nacht waarin zij samen zouden vluchten daagt zij echter niet op en treedt de Grote Dooi in, een van de spectaculairste en bekendste scènes uit het boek. Orlando haalt kracht en inspiratie uit zijn natuurbeleving. Maar hij wil ook dichter worden. Met wisselend succes wijdt hij zich aan zijn gedicht De Eik. Orlando wordt als Engelse gezant naar Konstantinopel gestuurd. Na een lange slaap ontwaakt Orlando als vrouw. Hij sluit zich aan bij een groep rondtrekkende zigeuners, maar het verlangen om terug te keren naar Engeland groeit met de dag. Ze ontdekt wat het betekent man of vrouw te zijn. We zijn intussen in de negentiende eeuw en sombere wolken trekken zich samen. Orlando werkt verder aan haar gedicht De Eik. Ze ontmoet een man en verlooft zich. We eindigen in het jaar 1928.

Katelijne:  Iemand zei tegen mij: “Orlando gaat  over iemand die niet wil sterven.” Ik vond dat een mooie invalshoek.

Guy: Toch heb ik het tegenovergestelde gevoel: Orlando is niet met sterven, maar  met leven bezig. Zo erg zelfs dat  hij/zij vergeet te sterven! Er wordt vaak gewezen op het literaire karakter van de roman. Maar  ik zie er vooral levenslust in. Het plezier van het personage om vooruit te kijken naar  wat komen gaat. Zijn drive om iets te bereiken. Orlando blijft voor mij een jong iemand. Het verhaal is voor mij een ode aan  het leven.

Katelijne:  Dat klopt. Zelfs in zijn treurige en pijnlijke momenten  blijft het verhaal licht. Het leven wordt voortdurend opnieuw ontdekt in al zijn aspecten. Vandaar dat  het hoofdpersonage aan- vankelijk een man en dan een vrouw is, anders  zou Orlando het leven niet volledig hebben  gevoeld. Orlando ontdekt heel langzaam wat het betekent vrouw te zijn. En misschien gaat  het in de roman niet over man zijn of vrouw zijn, maar  over mens zijn. Wellicht zitten in ieder van ons twee geslach- ten. Orlando begint als jonge knaap aan  zijn lange gedicht De Eik, maar  beëindigt het als vrouw.

Guy:  Orlando is op zoek naar  zijn/haar identiteit zonder daar expliciet psychologisch mee bezig te zijn. Zijn/haar identiteit wordt vooral bepaald door wat de omgeving hem/ haar  aanreikt. Daaruit komen de impulsen om de volgende stap  te zetten. Zijn/haar zintuigen staan de hele tijd wijd open voor de werkelijkheid. Samen  met Orlando leer je kijken, leer je luisteren, leer je ruiken. Hoe meer je je zintuigen gebruikt, hoe meer je in het leven blijft transformeren.

Katelijne:  Ik vind evolueren een beter  woord dan transformeren. Orlando verandert eigenlijk niet van een man in een vrouw, maar  evolueert van man naar  vrouw. Het gebeurt onproblematisch. Virgina Woolf schrijft het verhaal op een heel brutale  manier. Orlando is verloofd, dan heeft ze een kind. Er wordt verder niets meer over dat  kind gezegd. Die brutaliteit  heeft iets eerlijks. Je aanvaardt zelfs de geslachtsverandering zonder meer. Virginia Woolf houdt zich niet aan  de gebruikelijke regels van hoe een roman eruit zou moeten  zien. Ze schrijft los van codes en vormen.

Guy:  Zo passeren er eeuwen. We beginnen in de tijd van Queen  Elisabeth en eindigen in 1928. Orlando is een soort van buitenstaander. Een ge- tuige van de gebeurtenissen. Ook in deze voorstelling speelt geschiedenis een belangrijke rol, maar niet op dezelfde manier als in bijvoorbeeld Triptiek van de Macht, De man zonder eigenschappen of Duister hart. In die voorstellingen werd getoond  dat de mens eigenlijk niet zoveel verandert: hij leert niet uit de geschiedenis. Orlando toont  het tegen- deel: de mogelijkheid van de mens om voortdurend te veranderen.  Het is een ode aan  het individuele denken en de individuele verbeelding. Een ode aan het individu dat  zijn eigen wereld opbouwt, ondanks de omstandigheden. Het is een ode aan het overleven. Orlando is als man én als vrouw bezig met het schrijven van een gedicht. In dat opzicht is hij/zij een kunstenaar. De roman is een bildungsroman: we volgen de volwassenwording van Orlando, al duurt het eeuwenlang. Het is dus ook een ode aan  het kunstenaarschap en aan de verbeelding, waarin het realisme overstegen  wordt. Na de voorstellingen die vooral de nadruk legden op de zwakke en kleine kanten  van de mens, wordt dit een lofzang op de mens. Ik had er behoefte aan  om een voorstelling te maken waar de mensen gelukkig buiten komen.

Katelijne:  “Te lang voor een grap, te frivool voor een serieus boek”, zo noemde  Virginia Woolf haar  roman. De lichte en brutale  toon van de ver- telling heeft veel te maken met de verteller. Het is niet Orlando zelf die aan  het woord is, maar  zijn/ haar  biograaf. Hij is welbespraakt en schrikt er niet voor terug om de feiten met fictie aan  te vullen. De verteller is zoals de lezer. Soms identificeert hij zich met Orlando, soms neemt hij afstand.

Guy:  Virginia Woolf verbergt zich achter de biograaf  die zich verbergt achter Orlando. En wij verbergen ons ook achter hem/haar. Je hebt een voortdurend spel van afstand en identificatie. Eigenlijk gaat  de voorstelling ook over het to neelspel: hoe verleid je iemand om in een andere wereld te stappen? Tegelijk toon je in theater altijd dat  het niet echt is. Je zit ergens tussen leugen en waarheid. Ook de roman zit vol onverwachte verrassende sprongen. Je wordt plots met een totaal andere wereld geconfronteerd en toch ga je er iedere keer weer in mee.

Katelijne:  Woolf schrijft een zeer mooie, verleidelijke en poëtische taal. Een ‘schone’ taal. Ik heb gevloekt bij het vanbuiten  leren omdat  al- les heel precies moet zijn. Tegelijk is het een puur genot om die zinnen te mogen zeggen.

Guy:  We zoeken naar  een wat abstracte speel- stijl die recht doet aan  die poëzie door bijvoor- beeld gebaren en bewegingen te vertragen  of te versnellen. Dat gebeurt ook in de roman: sommige momenten  krijgen paginalange aandacht, terwijl op andere plaatsen in één enkele zin over decen- nia heen gesprongen  wordt. Dat spelen met de tijd raakt  de kern van het verhaal.

 

Interview door  Erwin  Jans

Ook interessante producties: