nl fr en

Benjamin Abel Meirhaeghe sloopt hokjes tussen genres en publieken

“Ik voer een gesprek tussen heden en verleden, eerder dan dat ik hier de boel kom platbranden.”

Als er één kunstenaar de ambities van Toneelhuis voor de komende jaren belichaamt, dan is het wel Benjamin Abel Meirhaeghe (°1995).

 

De jonge regisseur, zanger en performer heeft van ‘verbinden’ zijn artistieke praktijk gemaakt. Hij slaat bruggen tussen traditie en vernieuwing, tussen disciplines en genres, tussen publieken en artiesten. Dat resulteert in diep-gevoelige, overweldigende performances.

Je studeerde in 2018 af aan de Toneelacademie Maastricht, maar dook met het uitbundige A Revue bijna meteen de operawereld in. Wat trekt je aan in de vermenging van muziek en drama?

Benjamin Abel Meirhaeghe: “Dat het een vermenging is, en ik hou van fluïditeit. Bovendien heeft opera een diepgewortelde traditie, en geeft het plaats aan de meest emotionele hoogte- en dieptepunten uit het leven van een mens. Mijn voorstellingen gaan heel erg over die grote emoties. Tegelijkertijd wil ik graag het verleden tot in de toekomst dragen - A Revue was in die zin een futuristische hertekening van het operarepertoire.”

Je verzamelt voor die performances een bonte verzameling mensen op de bühne. 

Meirhaeghe: “Dat is voor mij zelfs het meest essentiële gedeelte van het werk: het samenstellen van de cast. Ik bouw zorgvuldig aan een open community van uiteenlopende kunstenaars. De toekomst verbeelden is een gemeenschappelijk werk hé, ik doe dat niet alleen. En het is heerlijk om mensen bij elkaar te brengen  die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Neem nu klassieke sopraan Eurudike De Beul en performanceartieste Dolly Bing Bing, die uit heel andere werelden komen. Of de geschoolde en ongeschoolde zangers die in Madrigals zij aan zij stonden. En toch dezelfde taal spraken. Zoiets vind ik fantastisch.”

Dat bijeenbrengen van je cast is een noodzakelijk deel van je werkproces, maar het is ook je inhoud: verbinden is niet alleen wat je doet, maar ook wat je aan een publiek wil vertellen.

Meirhaeghe: “Daarin schuilt misschien ook wel het politieke potentieel van wat ik doe - al vind ik het moeilijk om mijn werk ‘politiek’ te noemen, of daar iets rond te claimen. Maar het is een feit dat het publiek simpelweg een groep heel verschillende mensen op de bühne ziet, die samen een nieuwe wereld durven binnen te stappen.”

Vaak werk je in je cast met niet-professionelen: ongeschoolde zangers, dansers zonder opleiding. Acht je het ‘niet-kunnen’ hoger dan technische virtuositeit?

Meirhaeghe: “Niet per se hoger, maar het samenbrengen van die verschillende vormen van ‘kunnen’ en ‘niet-kunnen’ zorgt voor een interessante kleur. Ik verbind me bewust met figuren die in een andere niche van het kunstenbedrijf opereren dan de ‘officiële’ theaterwereld. Ik geloof dat daar ook een ander publiek gaat op afkomen. De vermenging van publieken is voor mij geen aardige bijkomstigheid, maar een van mijn hoofddoelen. Zo probeer ik heel bewust en actief het concertpubliek, de wereld van de pop naar het theater te lokken. In Madrigals breng ik de muziek van elektronica-artiest Doon Kanda samen met die van Claudio Monteverdi - omdat ik weet dat ze allebei iets te betekenen hebben voor een bepaald publiek. En die publieken zijn me allebei dierbaar, ik hoef niet te kiezen.”

Je maakte onlangs ook Spectacles, waarin jezelf zingt; van countertenor tot woeste lage noten, een performance die je zowel op theater- als op concertpodia bracht. Zijn dat geen heel verschillende werelden?

Meirhaeghe: “Waarom zou dat zo moeten zijn? Als ik aan de Bourlaschouwburg denk, met zijn grootse theatermachine, waarbij decorstukken uit de hemel kunnen dalen en elke vorm van magie mogelijk is, dan denk ik aan een concert van Björk of Dua Lipa. Eigenlijk is die hele theatermachine pure pop. Anderzijds verschillen die werelden vooral van elkaar als het over geld gaat. De muziekindustrie is genadeloos en laat weinig ruimte aan artiesten die buiten de lijnen kleuren. 

Tegelijkertijd hangt rond de meeste concertzalen niet hetzelfde symbolisch kapitaal als rond de schouwburg.

Meirhaeghe: “Dat klopt, en net daarom vind ik het zo interessant om in de Bourla te werken. Juist omdat de traditie hier zo hard leeft zijn er veel mogelijkheden. Ik kan de traditie proberen openbreken binnen de institutionele context zelf, zoals ik deed met A Revue in de opera, maar evengoed wil ik het omgekeerde doen: de hedendaagse kunstscene bewust maken van zijn wortels. De woorden ‘traditie’ of ‘repertoire’ hoeven niet reactionair te zijn. Ik wil een gesprek voeren tussen heden en verleden, eerder dan dat ik hier de boel kom platbranden.”

De komende jaren wordt Toneelhuis jouw uitvalsbasis voor heel verschillend werk, met uitgesproken internationale ambities. Er komt in 2026 een ‘grote’ opera, maar je plant ook happenings en kleinere producties. De eerstvolgende is zelfs een danssolo.

Meirhaeghe: “Ja. Ode to a Love Lost wordt een liefdesverhaal waarmee ik een pijnlijke persoonlijke episode wil afronden - het wordt dus tegelijkertijd een einde en een nieuw begin. Ik ga zelf dansen, omdat ik niet kan dansen, begrijp je. (lacht) Ik ben aan het werken met vijf verschillende choreografen, en uit al hun danstalen stel ik mijn eigen choreografie samen. In de epiloog zullen er twee performers te zien zijn, die elk op hun eigen manier in transitie zijn, mentaal of fysiek. Want onder het liefdesverhaal ligt een verhaal over de aanvaarding van het eigen lichaam, en over de manier waarop wij naar elkaar kijken.”

Je geeft zelf aan dat je op korte tijd enorm bent kunnen groeien. Ben je nooit bang om jezelf voorbij te lopen?

Meirhaeghe: “Ik wil graag hard gaan. Dat zit er gewoon in - het Vlaamse credo “rustig aan” is momenteel aan mij niet besteed. Maar ik mag hopen dat ik kritisch genoeg blijf voor mezelf, zodat ik niet ga zweven. Het is geen geheim dat ik groot denk. Er wordt vaak achter mijn rug gezegd dat ik snel ga opbranden, maar ambitieus zijn is een kracht en geen scheldwoord. Ik ben jong en kreeg het privilege om al makend de grote scène te leren kennen, dat gaat gepaard met fouten maar vooral met fun, laten we ons daar op concentreren. Ik zie Toneelhuis als een lanceerplatform van waaruit ik internationaal kan werken. Tegelijkertijd is het huis diep verankerd in het lokale. In die zin kijk ik ook wel uit naar de sluiting van de zaal (in 2025, ec). Die zal ons allemaal dwingen om kleiner te gaan werken, flexibeler, om ons opnieuw sterker te gaan verhouden tot de stad. Dat kan heilzaam zijn. Er komen goede tijden aan, do you feel it?”
 

interview door Evelyne Coussens

Ook interessante producties:

A Revue Theater 28 juni 2023 t/m 30 juni 2023

A Revue

d e t h e a t e r m a k e r / Benjamin Abel Meirhaeghe

Madrigals Theater 4 april 2023 t/m 12 mei 2023

Madrigals

Muziektheater Transparant / d e t h e a t e r m a k e r / Benjamin Abel Meirhaeghe