nl fr en

Mokhallad Rasem opent academiejaar aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen met inspirerende toespraak

"Theater heeft mij geleerd om mezelf te zijn. Heeft mij het leven geleerd. Liefde geleerd. Het heeft me geleerd open te zijn. Het heeft me geleerd om te lezen en om kleine details te ontdekken. Het leerde me lijnen te trekken. Driehoeken en vierkanten. Ik heb geleerd om op mijn persoonlijkheid te letten. Ik heb geleerd plezier te hebben. Mijn energie te verdelen. Het heeft me een nieuwe tijd en een nieuwe ruimte laten ontdekken. Ik voel dat het podium mijn thuis is. Mijn land. Ik voel me er vrij."

 

Goeiedag iedereen,

Ik ben Mokhallad Rasem, theatermaker en acteur verbonden aan het Toneelhuis, en docent aan de theateropleiding van deze school.

Eerlijk gezegd ben ik op dit moment zenuwachtig, zoals een acteur vlak voor een voorstelling, of zoals een muziekinstrument dat nog moet worden gestemd. Het is heel bijzonder voor mij om hier te staan en voor jullie te spreken in een taal die niet de mijne is. Ik ben erg dankbaar dat ik werd gevraagd om te spreken tijdens de opening van dit academiejaar. Ik vind het een mooi jaarlijks ritueel, en het is een eer voor mij dat ik er deel van mag uitmaken. Ik houd van rituelen. Rituelen zijn belangrijk. Ik heb zelf ook veel rituelen.

Ik ben geboren in Bagdad, de stad met de bijnaam ‘stad van de vrede’, hoewel ze weinig vrede heeft gekend. Toen ik heel klein was, was mijn onschuldig dagelijks ritueel spelen. Spelen met andere kinderen, met mijn broers en zus, heel spontaan. Toen ik wat ouder werd, was mijn dagelijks ritueel het luisteren naar een verhaaltje voor het slapengaan, verteld door mijn vader of moeder. Later veranderde dat ritueel naar het zelf lezen van boeken.

Toen de oorlog tussen Iran en Irak uitbrak, was het een dagelijks ritueel om tijdens het bomalarm te schuilen in de bunker. Dit ritueel hield acht jaar aan. Het grootste deel van mijn kindertijd.

Naarmate ik ouder werd ontwikkelde ik het ritueel van het ontsnappen aan de dagelijkse realiteit door mij in mijn fantasie te storten. Op die manier vergat ik de angst en de macht die de dictator op ons uitoefende, wat op zich ook een soort ritueel was. Ook tijdens de eerste Golfoorlog hield ik dit ritueel van angst en voorzichtigheid vol.

Nadien begon ik mijn theaterstudies, wat mijn ritueel opnieuw deed veranderen. Mijn dagelijkse realiteit was anders nu ik ze in verband bracht met kunst. Ik las veel boeken over geschiedenis, filosofie en beeldende kunst.

Toen de laatste oorlog, die tussen Irak en de VS, voorbij was, besefte ik dat mijn realiteit verre van normaal was. Dit besef heeft mijn dagelijkse rituelen doorbroken. Ik heb toen besloten om mijn realiteit te verlaten, en een andere realiteit te zoeken waar ik nieuwe dagelijkse rituelen zou kunnen opbouwen.

Eén van die nieuwe dagelijkse rituelen is het ophalen aan herinneringen, het denken aan mijn familie. Ik herinner me de thee met smaak van kardammon die mijn moeder ‘s ochtends voor me maakte. Ik herinner me het brood dat werd gebakken in de klei-oven. Ik herinner me de dadels die we plukten in de tuin.

Mijn dagelijks ritueel als kunstenaar is verbeelding en het observeren van de realiteit. Stilte. De planten water geven. Luisteren naar klassieke muziek. Nadenken over wat er in de wereld gaande is. Poëzie lezen. Tekenen. Thee drinken met kardammon.

Ik heb in mijn leven veel verloren. Ik verloor oude rituelen. Ik verloor mijn dagelijkse realiteit. Ik verloor mijn thuis. Ik verloor mijn land. Ik verloor mijn taal. Ik verloor mijn vrienden. Ik verloor mijn dromen. Ik verloor mijn hond. Ik verloor mijn gevoel. Ik dacht alles verloren te hebben. Maar in mijn nieuwe realiteit, met mijn nieuwe dagelijkse rituelen, vond ik alles terug in het theater.

Theater heeft mij geleerd om mezelf te zijn. Heeft mij het leven geleerd. Liefde geleerd. Het heeft me geleerd open te zijn. Het heeft me geleerd om te lezen en om kleine details te ontdekken. Het leerde me lijnen te trekken. Driehoeken en vierkanten. Ik heb geleerd om op mijn persoonlijkheid te letten. Ik heb geleerd plezier te hebben. Mijn energie te verdelen. Het heeft me een nieuwe tijd en een nieuwe ruimte laten ontdekken.
Ik voel dat het podium mijn thuis is. Mijn land. Ik voel me er vrij.

Zoals nu bijvoorbeeld ook op dit podium, ik voel me hier vrij om mijn gedachten en gevoelens met jullie te delen.

Ik voel me sterk met jullie verbonden. Wij hebben hier allemaal onze eigen, bijzondere relatie met kunst.

Kunst raakt ons en verbindt ons met onszelf en met de wereld om ons heen.

Het speelt een hele grote rol, om een boodschap en een visie te verspreiden. Het zorgt voor communicatie. Communicatie die warmte tussen ons genereert. Het kan mensen inzichten doen krijgen en mensen alarmeren. Het helpt ons de realiteit te onderzoeken en die op een andere manier te lezen. Kunst zorgt er voor dat we ons andere werelden kunnen voorstellen, waardoor we gaan nadenken over existentiële vragen. Via kunst kunnen we op zoek gaan naar de waarheid die verdwenen is in onze maatschappij, in het mechanische politieke systeem. Kunst kan een nieuwe generatie doen ontwikkelen, en ervoor zorgen dat de mensen niet berusten. Kunst kan democratie bieden in een land zonder democratie. Kunst is catharsis. Het wast onze hersenen en kan ze opnieuw programmeren. Het werkt genezend, in twee richtingen, zowel voor het publiek als voor de kunstenaars.  Via kunst durven we onze gevoelens beschrijven.

In mijn visie is kunst een individuele blik, met individuele gevoelens, op de dagelijkse wereld waarin de mens centraal staat. Kunst is de polsslag van het leven, en geeft het leven betekenis.

Creativiteit en kunst bieden toegang tot een groter bewustzijn, kunnen nieuwe inzichten geven, en helpen het onzegbare uit te drukken. Deze invalshoek heeft de wereld van nu, en zeker ook het onderwijs, meer dan ooit nodig.

Ik ben vandaag niet enkel naar hier gekomen als docent, maar ook als een enthousiaste student.

Met veel gevoelens en gedachten door elkaar, net zoals velen onder jullie: 

Passie om te beginnen,

Open blik naar de wereld,

Op zoek naar schoonheid,

Honger naar een nieuwe ervaring,

Confrontatie,

Twijfel, vreugde, angst, vertrouwen.

Ik begon voor het eerst theater te studeren in Irak toen ik 16 was. Ik had toen nog niet genoeg kennis en visie over kunst. Ik was onzeker over wat ik wou vertellen, welke weg ik op wou gaan of waar ik wou landen. Maar iets had mij geprikkeld en ik wist dat ik daar wilde zijn.

Mijn moeder zei altijd tegen mij: “als je niet weet wat te doen of wat te zeggen, plant maar een woord. Het woord zal wel groeien tot een boom.”

Ik heb mezelf toen als een zaadje geplant op school. Door mijn docenten, mijn medestudenten en mijn liefde voor theater hebben mijn wortels zich stevig gehecht.

Deze school heeft ook een heel vruchtbare grond, en ik kijk er naar uit om al jullie zaadjes te zien ontkiemen. Ik wens dat jullie ook stevige wortels kunnen kweken hier en dat jullie mogen groeien en bloeien.

Mijn boom is altijd blijven groeien, in mij, en ik geef hem nog steeds elke dag water. Mijn boom heeft heel veel takken en elke tak verlangt ernaar een eigen richting te vinden waarnaar hij kan groeien, vaak zonder dat ik het zelf besef.

Zo word ik dit academiejaar dus opnieuw student en zal ik hier mijn masteronderzoek voeren. Een onderzoek over de verbeeldingskracht. Want de basis van kunst is verbeelding.

De verbeeldingskracht van kunstenaars is onmisbaar. Maar ook wetenschap en onderwijs bijvoorbeeld kunnen niet zonder verbeelding.

Er zijn verschillende fenomenen die onze verbeeldingskracht stimuleren. Humor, spel, lichamelijke sensaties, dromen, kunstwerken, religieuze beelden... Al deze fenomenen kunnen ons in een situatie brengen waarin de vanzelfsprekende wereld plaatsmaakt voor de ervaring van iets nieuws en verrassends. Ze helpen ons om vanuit verschillende invalshoeken naar iets te kijken en perspectieven op onverwachte manieren te combineren.

Enkel mensen beschikken over verbeeldingskracht. Wij kunnen ons dingen voorstellen die niet aanwezig zijn en zelfs dingen die in de werkelijkheid niet bestaan. 

In mijn onderzoek wil ik mij focussen op de relatie tussen verbeelding en werkelijkheid.

Wat is de verhouding tussen de verbeelding en het onderwerp?

Wat is de relatie tussen de acteur en zijn verbeelding?

Wat is de relatie tussen het lichaam en de fantasie?

Hoe verhoudt de verbeelding zich tot tijd, ruimte en ritme?

Hoe kunnen we onze verbeelding ontwikkelen? Kan ze getraind worden, en op welke manier dan? 

Wat zijn de fundamenten van onze verbeelding ? 

Hoe kunnen we de realiteit transformeren tot iets uit onze verbeelding ?   

Wat als verbeeldingskracht een vak zou zijn dat in alle scholen zou worden onderwezen?

Toen ik theater begon te maken, had ik een bepaalde methode om de structuur van mijn voorstelling op te bouwen. Ik tekende een cirkel, en vertrok dan vanuit de cirkel om scènes en personages te bedenken. Ik schreef in de cirkel ideeën op, kernwoorden, thema’s. Wanneer ik op een dag mijn notities vanop afstand bekeek, maakte ik de bedenking dat het leek alsof de cirkel het hoofd van de regisseur uitbeeldde, met daarin al zijn gedachten. Maar de cirkel kon net zo goed de plattegrond van het podium uitbeelden. Dit parcours van notities maken is tijdens de jaren geëvolueerd. De cirkel werd een driehoek. De driehoek werd een vierkant. Wanneer ik dan binnen het vierkant aantekeningen en bedenkingen noteerde, begon ik het vierkant onder te verdelen in kleinere segmenten. Ik kwam uit op een rasterstructuur, die sterk leek op de structuur van een kruiswoordraadsel. Op dat moment realiseerde ik mij dat mijn voorstellingen op dezelfde manier zijn opgebouwd als deze puzzel. Ik zie het kruiswoordraadsel nog steeds als het hoofd van de regisseur met daarin al zijn gedachten, ordelijk gerangschikt volgens het systeem van het spel. Dit systeem zit ingenieus in elkaar, met horizontale en verticale elementen. De horizontale elementen zijn de tastbare concrete elementen, de realiteit. De verticale elementen zijn de verbeeldingselementen. De opdracht is dus om verbeelding en werkelijkheid zo in te vullen dat de puzzel klopt. Vanuit dit besef kreeg mijn werk nieuwe betekenis en een nieuw perspectief. De bevindingen uit mijn eigen onderzoek in het theater, uitten zich steeds in mijn voorstellingen. Ik wil het kruiswoordraadsel gebruiken als uitgangspunt om een voorstelling te beginnen maken.

Ik zoek op het toneel een ruimte om verleden heden en toekomst met elkaar te verbinden. De essentie van mijn werk is vragen stellen. Vragen die me diep laten zoeken naar inhoud. Ik stel mezelf nog steeds veel vragen die me in verwarring brengen en uitlokken.

Beeld je eens in dat je stopt met praten, dromen, zoeken, bevragen. Wie zou jij dan zijn? En ik? En onze kinderen? Wij zouden mensen zijn zonder ambitie, nieuwsgierigheid en verhalen. Wij zouden mensen zijn die geen interesse hebben in ons verleden, heden en toekomst. Wij zouden onverschillig, onveranderlijk en eenduidig zijn. We mogen niet ophouden ons vragen te stellen over onszelf en onze wereld.

Dus:

Waarom willen we kunst studeren? 

Waarom willen we deze uitdaging en confrontatie aangaan?

Om universele inhoud te creëren?

Of om esthetische of ideologische redenen?

Willen we de wereld veranderen door middel van kunst?

Of een nieuwe wereld creëren?

Zijn we op zoek naar verloren schoonheid?

Is er een stem in ons die naar buiten wil komen?

Doen we het alleen voor ons eigen geluk?

Of misschien om anderen gelukkig te maken?

Is het omdat we elkaar willen begrijpen? 

Misschien om oplossingen vinden voor sommige problemen? 

Misschien de waarheid zoeken?

Misschien is er iets gebeurd?

Misschien om jezelf te ontdekken? 

Misschien om jezelf te zijn? 

Misschien omwille van het conflict? 

Misschien om onszelf te plezieren? 

Misschien om in vrede te leven? 

Of om de realiteit te analyseren? 

Misschien om ons leven te realiseren? 

Of misschien omdat we het durven?

Ik wens jullie allemaal veel energie, kracht, dromen, passie. Wij zijn ervoor elkaar. Laat ons vooral plezier hebben.

 

Deze toespraak verscheen vandaag op de website van het Conservatorium Antwerpen